Regelmatig sturen VanHarte-bezoekers ons hun leukste spelletjes-tips. Al deze ideeën uit de praktijk, verzamelen wij op deze pagina’s. 

 

Moeder/heks/draak hoe laat is het?

Fieneke: “Een leuk spelletje voor iedere leeftijd. Het is het eerste spel dat ik organiseer nadat de cake en het drinken op zijn. Ze kunnen dan even rennen.

Een kind (de jarige eerst) staat met de rug naar de andere kinderen, die op ongeveer 8 meter afstand staan. De kinderen vragen aan b.v. de heks: ‘heks hoe laat is het?’ De heks zegt bijvoorbeeld: ‘5 uur’. De kinderen mogen vijf stappen naar voren doen. Dit gaat net zolang door tot de heks denkt dat de kinderen vlakbij zijn. Zodra de kinderen vragen hoe laat het is, antwoordt zij: ‘Etenstijd’. Ze draait zich om en probeert de kinderen te tikken voordat ze terug over de beginstreep zijn.”

 

Krantenspel

Karen: “Leuke website zeg! Een aanvulling bij de spelletjes is mogelijk het volgende spel. Een kind staat in het midden van een kring met een opgerolde krant. Het makkelijkste is als de kinderen in de kring op een stoel zitten. Eén van de kinderen in de kring begint. Hij noemt een naam van een kind uit de kring. De ‘mepper’ (het kind dat in het midden staat) moet proberen de genoemde te tikken. Dit mag zolang de genoemde nog geen andere naam heeft genoemd. Is het (op tijd) raak, dan ruilen de mepper en de getikte. Het is een erg druk spelletje, maar succes verzekerd. Voor wat oudere kinderen kun je een variant spelen, waarbij je de kinderen een dier (of beroep) laat zijn (ieder kind uit de kring noemt dan eerst het dier dat hij wil zijn). Dit is erg leuk omdat er dan vaak verkeerd gemept wordt en dat leidt weer tot veel hilariteit.”

 

 

Kussengevecht

Marrit: “Je hebt nodig: 1 anti splinter balk, 4 kussens en 1 kleed/mat. Twee kinderen nemen plaats op de kussens die op de balk liggen. Ze houden elk een kussen vast en de twee kinderen proberen elkaar er af te krijgen. Wie het eerst valt, heeft verloren.”

 

Tikspelletjes

De groeiende tikploeg
Emmy: “Je hebt een tikker en de rest moet worden getikt. Is iemand getikt, dan wordt die ook tikker, net zolang tot iedereen tikker is. De laatst getikte wordt natuurlijk in het volgende spel de tikker. Om duidelijk te laten zien wie er getikt is moeten de kinderen die zijn getikt bijvoorbeeld een hoed of muts opdoen. Zo moesten de jongens op een cowboyfeestje koeien vangen. Werd de ‘koe’ getikt, dan veranderde hij in een cowboy en moest zijn cowboyhoed opzetten.”

 

Parachutist
Karen: ” Alle kinderen staan op een rij. Op zo’n 10 meter afstand van deze rij is een grote cirkel getekend waar alle kinderen in kunnen. Als je start zegt, strekken de kinderen hun armen en beginnen ze te draaien rond hun eigen as. Jij geeft instructies die de kinderen nadoen. “We stijgen op”: de kinderen draaien traag rond. “We komen op gang”: de kinderen draaien sneller. “We hebben volle snelheid”: de kinderen draaien zo snel als ze kunnen. Als iedereen zich gek gedraaid heeft, zeg je: “Nu”, de kinderen doen alsof ze aan een koortje trekken en hun parachute komt tevoorschijn; ze proberen zo snel mogelijk te landen, dit wil zeggen: in de cirkel te raken. Natuurlijk lukt dit niet zo goed na al dat gedraai, altijd hilariteit verzekerd!”

 

Vliegende spijker
Karen: “Je duidt een aantal tikkers aan. Dit zijn de vliegende spijkers. De andere kinderen zijn de motors. De vliegende spijkers strekken hun arm en wijsvinger. Ze proberen de banden van de motors kapot te prikken. Dit kunnen ze doen door de kinderen die motors zijn te tikken. Als hen dat lukt moet de motor stil staan. De moto kan bevrijd worden als een andere niet-getikte motor 2 keer rond de getikte motor rijdt. Dit word nog leuker als je de kinderen de geluiden van een echte motor laat nadoen!”

 

Hang de was op
Karen: “Je geeft elk kind 5 wasknijpers. Je zegt ‘start’, de kinderen lopen rond en proberen hun wasknijpers op de kledij van iemand anders kwijt te raken, ook de wasknijpers die ondertussen op hun kledij hangen. Als je stopt zegt, tellen de kinderen elk de wasknijpers in hun bezit, het kind met de minste wasknijpers heeft gewonnen.”

 

Alternatief verstoppertje

Sandra: “Ik ken een leuke variant op verstoppertje. Het leukste is het als het in het donker wordt gespeeld, maar dat hoeft niet. Je hebt één teller en deze telt langzaam tot tien. Maar voor hij het cijfer noemt zegt hij/zij eerst ‘pie’: ‘pie één…..pie twee……pie drie……pie vier enz.’, tot tien. De andere kinderen tikken de teller aan en gaan zich verstoppen. De teller kijkt rond en mag maximaal drie stappen zetten. Hij mag verder niet lopen (wel omhoog springen of op de grond liggen). Als de teller iemand ziet zegt hij: ‘pie ziet + de naam’. Kan de teller niemand meer vinden, dan begint hij weer te tellen: ‘pie één…. pie twee……pie drie…enz’, tot negen. Iedereen, behalve wie al gevonden was, moet uit zijn/haar verstopplek komen, de teller aantikken en zich weer verstoppen. De teller mag bij het zoeken weer maximaal drie stappen doen. Speel door tot er vijf of alle kinderen zijn gevonden.”

 

 

Stoelendansvarianten

De originele
Nancy: “Nog eentje uit de oude doos, maar wel een hele leuke. De stoelendans. Je zet net zoveel stoelen neer als er kinderen zijn. Je zet de muziek aan en de kinderen dansen om de stoelen heen. Als de muziek stopt, moet iedereen op een stoel gaan zitten. Daarna pak je een stoel weg, de kinderen dansen dan weer om de stoelen heen totdat de muziek stopt. Degene die geen stoel heeft is af. Zo ga je door tot je een winnaar hebt.”

 

Slaapzakdans
Jolanda: “Ook lachwekkend is stoelendans, maar dan al lopend in een slaapzak. Werkt gegarandeerd op de lachspieren.”

 

Ballonnendans
Joke: “Ieder kind krijgt een ballon. Als de muziek begint, tikken de kinderen de ballon in de lucht. De spelleider vangt er één, zodat er één minder is. Als de muziek stopt, probeert ieder kind een ballon te vangen. Degene die geen ballon heeft, is af, maar mag een ballon uit de groep kiezen. TIP: probeer de ballonnen door elkaar te tikken, want iedereen wil zijn ‘eigen’ ballon hebben. Zorg er na afloop voor dat ieder kind een ballon heeft.

 

Stippendans
Greetje: “Je knipt een aantal stippen(of vierkanten of andere vormen). Zolang je de muziek hoort, loop je rond. Stopt de muziek, dan ga je snel op een stip staan. Wie geen stip heeft, is af.”

 

Pop doorgeven
Leonie : “Vroeger (25 jaar terug) speelden wij het spel ‘pop doorgeven’. Het is eigenlijk een variant op stoelendans, maar is iets makkelijker te realiseren, ook met veel kinderen. Een teddybeer of knuffel wordt doorgegeven op de muziek, als de muziek stopt, is degene die de knuffel in zijn handen heeft, af. Erg leuk. Was voor jong en oud een succes.”

 

Schotendans
Lotte: “Deze is vooral leuk voor de kinderen vanaf een jaar of 8. De jongens gaan alvast op een stoel zitten. Zodra de muziek stopt, moet elk meisje bij een jongen op schoot zitten, maar elke keer gaat er 1 jongen weg. Als het ijs gebroken is kun je het ook andersom doen.”

 

Dodende straal

Marion: “Het is een leuk spel voor buiten in het donker. Je maakt 2 groepen met evenveel kinderen. De kinderen moeten tegenover elkaar staan met per groep 1 emmer water en plastic bekertjes. Een persoon gaat ergens in het midden staan met een zaklamp! De kinderen moeten naar elkaars emmer rennen met gevulde bekertjes. Degene met de zaklamp zet regelmatig de zaklamp aan in een rechte straal, het kind dat in dat licht komt, moet terug en de beker in zijn eigen emmer leeg gooien. De groep waarvan de emmer het eerste leeg is, is de winnaar! Wij hebben dit spel op kamp gedaan en ze vonden het heel leuk. De leeftijd van de kinderen varieerde tussen de 6 en 15 jaar!”

 

Speurtocht

Ellen: “Het verjaardagsfeest van mijn zoon, hij werd 5 jaar. Ondanks alle goede voorbereidingen/planningen viel er een gat voor het eten. We hadden alles gedaan wat we hadden gepland. Wat nu? Een ouderwetse speurtocht door de buurt! Pijltjes op de stoep getekend en af en toe een opdracht . De drukste kinderen meegenomen om de pijltjes uit te zetten en de rest van de club mocht het spoor volgen onder begeleiding. Ze hebben het er nog weken over gehad en nagespeeld. De vondst van dat feest.”