Er wordt veel getoverd op Zweinstein en er gebeuren ook wel eens dingen die niet mogen. Zwarte magie, heet dat. Hieronder volgen enkele trucs, waarbij de aanwezigen zich zullen afvragen hoe de truc werkt. Laat ze maar raden. Wie het weet, verdient punten voor zijn afdeling.

 

  • Het mysterie met de munt
    Ter voorbereiding heeft u drie munten in de koelkast gelegd. Deze drie munten worden op tafel neergelegd. Eén van de drie munten moet kracht in zich krijgen en de tovenaarsleerling moet raden welke. Alle kinderen zitten in de kring. Het kind dat als tovenaarsleerling is aangewezen gaat even de kamer uit. Een van de munten wordt door iedereen even goed vastgehouden. Dan komt de tovenaarsleerling binnen, raakt alle drie de munten aan en weet precies welke munt de krachtigste is.

    De oplossing: Doordat de munt door iedereen is vastgehouden, is deze warmer dan de andere. Zo pik je gelijk de goede er uit. De tovenaarsleerling is in de gang hierover ingelicht.

  • Zwarte magie
    Een andere tovenaarsleerling gaat naar de gang. In de groep wordt een voorwerp uitgezocht. Als de leerling binnenkomt, kan deze feilloos aangeven welk voorwerp is uitgekozen. De leerling komt binnen. De voorwerpen worden door de spelleider opgenoemd: is het de lamp?, is het de asbak? En ja hoor, na een aantal voorwerpen wordt de goede geraden.

    De oplossing: Met de leerling wordt afgesproken, dat het eerstvolgende voorwerp dat wordt genoemd na een zwart voorwerp het juiste is. Zwarte magie!

  • De toverspreuk
    Een tovenaarsleerling gaat naar de gang. Als hij binnenkomt wordt er een spreuk uitgesproken. Dan gaat de leerling voor de tweede keer weg. De leider geeft terwijl hij weg is iemand een hand. De tovenaarsleerling moet als hij terugkomt dezelfde persoon een hand geven. En inderdaad, hij kiest probleemloos de juiste persoon.

    De oplossing: Met de leerling is afgesproken dat de leider een hand geeft aan degene die na het uitspreken van de spreuk het eerst iets zegt.

  • Stoelendans
    Henriette: “Een persoon gaat de kamer uit. In de kamer staan drie stoelen op een rijtje. Terwijl het kind weg is, gaat iemand op één van de drie stoelen zitten. Het kind in de gang wordt binnengeroepen en voelt, ruikt, betovert etc. de drie stoelen en wijst dan feilloos de stoel aan waar iemand opgezeten heeft. Truc: met het kind in de gang is afgesproken bij het binnenroepen: ‘Kom!’ = de eerste stoel , ‘Kom binnen’ = de tweede stoel en ‘kom maar (naam van het kind)’ = de derde stoel. Door de show van het bevoelen/ optillen etc. van de stoelen spannend te maken, wordt het steeds leuker.”
  •