De naam 'Divali'
komt van het Sanskrit 'dipavali', 'rij lichten'. Het feest wordt vooral
gevierd door handelaren. Tijdens het festival worden kleine aardewerk
olielampjes in rijen langs de daken van tempels en huizen gezet. Ook worden
drijvende lampjes op de rivieren en stroompjes los gelaten. Volgens de
overlevering is dit ter herinnering aan de terugkeer van Rama (een incarnatie
van de Hindu god Vishnu) naar ayodhya en zijn verlate kroning na veertien
jaar ballingschap.
Nieuw
jaar
De vierde
dag van Divali- het hoogtepunt van het festival - markeert het begin van
het nieuwe jaar volgens de Vikrama-kalender. Handelaren houden op deze
dag religieuze ceremonies en openen nieuwe boekjaren. Dit is in het algemeen
een tijd voor bezoeken aan familie en vrienden, uitwisselen van geschenken,
versieren van huizen, uitgebreid dineren en het dragen van nieuwe kleren.
Weddenschappen worden aangemoedigd in dit seizoen, als een manier om geluk
voor het komende jaar de verzekeren en ter herinnering aan Heer Shiva
en Parvatis dobbelspelen op de berg Kailasa.
Dood en
heilige kennis
Diwali is
ook bij de Jaina-gemeenschappen een belangrijk festival. Zij herdenken
tijdens dit festival het ter Nirvana gaan (de dood) van Mahavira, de laatste
Jaina Tirthankar (heilige). De olielampen worden hier als vervanging voor
het licht van de heilige kennis gezien, die bij de dood van Mahavira verloren
ging.
|