Kinderfeestjes, sport en spel, afspraakjes met andere kinderen. Ook wij zitten volop in deze cultuur. Sinds kort gaan we twee keer per week naar een overvol zwembad. Hier drukken we onze neuzen tegen het raam om een glimp op te vangen van een trotse dochter die braaf alle oefeningen doet die de badjuf opdraagt. Af en toe zwaait ze, met open mond en vol verlegenheid, een nieuwe blik op haar gezicht.  Dat was in onze tijd anders. We gingen pas op zwemles toen het schoolzwemmen begon. Een eindeloos lange rit in de bus, waarbij we om de haverklap het ‘we zijn er bijna’ inzetten. Ik kan me er niet zoveel van herinneren. Alleen dat er een stout jongetje was dat tijdens het omkleden de meisjeskleedkamer door kwam rennen. Iets waar een einde aan kwam toen ik een keer de jongenskleedkamer binnen rende. 

 

Al die afspraakjes met andere kinderen. Deed ik dat ook? Natuurlijk, ik was alleen wat ouder toen ik dagelijks met mijn vriendinnetje ging spelen. Ik bij haar of zij bij mij. Met een doos vol poppenkleertjes en poppen en met een zak aan het stuur, ging ik bij haar spelen. Haar vader vond het altijd erg amusant. Hij stelde steevast de vraag of ik aan het verhuizen was.

 

Dan de kinderfeestjes. Binnenkort hebben we er hier ook één. De uitnodigingen zijn al uitgedeeld op school. Zes kinderen mogen er komen. Lieke had twaalf namen bedacht en samen zijn we gaan schrappen. Het criterium was ‘Speel je er wel eens mee?’. Maar Lieke wist niet zo goed wat ze moest antwoorden. Heel bedachtzaam probeerde ze het meest tactische antwoord te geven. En uiteindelijk hadden we een acceptabel lijstje. 

 

De volgende dag werden de uitnodigingen uitgedeeld. “Mag ik ook komen Lieke”, vroeg een jochie. “Nee”, antwoordde Lieke zonder blikken of blozen. Niet lettend op de teleurstelling in zijn ogen. Maar zo ging het vroeger ook. De ene keer lag je eruit en de volgende keer mocht je wel weer meedoen. Soms probeerde ik het met geweld af te dwingen, maar dat bleek niet goed te werken (gelukkig maar). Enkele feestjes kan ik me nog herinneren. Zo was er eentje waarbij ik werd geblinddoekt en allerlei dingen moest proeven. Stiekem keek ik onder de doek door. Opeens zag ik een schoteltje met ijs dat ik niet voorzichtig met een vinger proefde, maar met mijn hele hand wilde pakken. De blinddoek werd afgedaan en het bleek een methode te zijn om iedereen een ijsje te geven. 

 

Was het een leuk feestje? Ik weet het niet meer. Lekker was het wel, vooral ook terug op de fiets met een zak vol snoepjes. Bijna thuis gekomen, reed ik tegen een boom. Ik was namelijk met mijn ogen dicht aan het fietsen en vond het zo goed gaan dat ik steeds langer mijn ogen dicht hield. Toen kwam die klap. Mijn voorwiel in elkaar, daar kon ik niet omheen. Ik moest het vertellen aan mijn ouders. Zij waren niet blij. Ik heb nooit meer met ogen dicht gefietst. Wel met losse handen of zoals Lieke altijd zegt: “Die fietst met zonder handen”. Lieke heeft nu ook een echte fiets gekregen. Zij mag niet alleen naar het eerste kinderfeestje. Wie weet wat voor kunsjes zij allemaal bedenkt.