Hier verzamelen we praktijkverhalen van VanHarte-bezoekers over de ‘hulpjes’ van Sint in het buitenland. Lees hieronder bijvoorbeeld over de Duitse broer van onze Sint, de Hongaarse neef van Zwarte Piet en het bezoek van Sint en zijn Pieten aan Tanzania.


Sämiclaus

Cindy: “Ook in Zwitserland kent men een soort Sinterklaas, Sämiclaus. Hoe hij eruit ziet weet niemand, maar zijn helpertjes zijn een beetje shabby uitziende mannetjes met zwarte (roet-?)vegen op het gezicht. Eigenlijk een soort van zwervers-uitgave van onze zwarte pieten. Ook zij brengen geschenken voor de armen.”

 

Nicolaus

Kirstin vertelde ons: “In Duitsland wordt op 5 december het feest van Nicolaus gevierd. Nicolaus is een bisschop uit een ver verleden die in tijden van armoede verscheen en voor iedereen toch een klein presentje had. In tegenstelling tot ‘onze’ Sint weet niemand meer hoe Nicolaus er uitziet, en gekleurde knechten heeft hij ook niet. Wel kunnen kinderen op 5 december hun gepoetste schoen zetten en als zij lief zijn geweest, vinden ze de volgende dag een leuk presentje terug. Als zij stout zijn geweest of de schoen was niet schoon, dan vinden ze een stuk steenkool en een dennentak terug. Het blijft overigens een mysterie hoe Nicolaus de huizen binnenkomt…”

 

Hongarije

Runa: “Sinterklaas wordt in Hongarije niet vergezeld door Zwarte Piet, maar door Krampusz, een duivel. Een echte Krampusz is voor kleine kinderen zo eng, dat je hem eigenlijk maar heel zelden ziet: een man met een enorm houten duivelsmasker op. In Hongarije mogen kinderen hun sok in het raam hangen en vinden daar dan zoetigheid, een klein kadootje en een heel klein gouden roetje in, voor hun lieve en hun stoute daden. Bij mijn zoontje komt Mikulas ook op school (op zes december) en leest dan, net als in Nederland uit zijn grote boek voor. Rond Sinterklaas zijn er ook chocoladefiguren te krijgen, waarvan sommigen meer op de Kerstman, anderen zeer sterk op onze eigen Sint lijken, met staf, zak en mijter.”

 

 

Sint in Tanzania

Pauline mailde ons de volgende jeugdherinnering: “In de jaren ’60 woonden we in Tanzania, eerst in Mwanza, daarna in de hoofdstad Dar-es-Salaam. En daar was het de gewoonte om met de Nederlandse gemeente het Sinterklaas-gebeuren te vieren, al was het bij ons de warmste tijd van het jaar!

 

Natuurlijk was er altijd wel een Nederlandse vader bereid de rol van de Goedheiligman op zich te nemen. Er waren handige moeders die het pak van Sint in luchtig katoen creëerden, en de pietenpakken vormden ook geen enkel probleem. Wat moeilijker was, waren de baard van Sint en de schmink voor de pieten. Maar met engelenhaar en een potje schoensmeer kwam je al een heel eind.

 

Op 5 december was er altijd wel een vreemdsoortige optocht waar te nemen. Ik herinner me een keer dat Sint in een Fiat 500 met open dak werd vervoerd, zodat de Goedheiligman met zijn bovenlijf uit de Fiat stekend naar de menigte kon zwaaien. En een menigte was er vaak wel, want de lokale bevolking rukte en masse uit om deze gekte te aanschouwen: een blanke man verkleed als bisschop, en nog een paar gekke blanken erachteraan springend en duikelend, verkleed als…negers!!

 

In Oost-Afrika is de bevolking over het algemeen zeer goedlachs, en zoiets belachelijks werkte absoluut op hun lachspieren. Als Sint zich geïnstalleerd had en de Nederlandse kindertjes één voor één bij hem op schoot mochten zitten, begon door de warmte de engelenharen baard steeds meer te kriebelen. Het moet ondraaglijk geweest zijn!

 

Als ik de foto’s zie van die tijd besef ik dat ons geloof (of de wil om te geloven) in de Goedheiligman en zijn knechten wel heel sterk geweest moet zijn, want je ziet de elastiekjes die de engelenharen baard op zijn plek moesten houden achter zijn oren, en de pieten kregen verdachte witte strepen op het gezicht veroorzaakt door zweetstralen. De schoensmeer kwam overigens niet verder dan de oren. Dit bevestigt mijn idee dat je niet iets hoeft te zien om het te geloven, maar iets moet geloven om het te kunnen zien!!!”