Dat
was in onze tijd anders. We gingen pas op zwemles toen het schoolzwemmen
begon. Een eindeloos lange rit in de bus, waarbij we om de haverklap het
'we zijn er bijna' inzetten. Ik kan me er niet zoveel van herinneren. Alleen
dat er een stout jongetje was dat tijdens het omkleden de meisjeskleedkamer
door kwam rennen. Iets waar een einde aan kwam toen ik een keer de jongenskleedkamer
binnen rende.
Al die afspraakjes
met andere kinderen. Deed ik dat ook? Natuurlijk, ik was alleen wat ouder
toen ik dagelijks met mijn vriendinnetje ging spelen. Ik bij haar of zij
bij mij. Met een doos vol poppenkleertjes en poppen en met een zak aan
het stuur, ging ik bij haar spelen. Haar vader vond het altijd erg amusant.
Hij stelde steevast de vraag of ik aan het verhuizen was.
Dan de kinderfeestjes.
Binnenkort hebben we er hier ook één. De uitnodigingen zijn
al uitgedeeld op school. Zes kinderen mogen er komen. Lieke had twaalf
namen bedacht en samen zijn we gaan schrappen. Het criterium was 'Speel
je er wel eens mee?'. Maar Lieke wist niet zo goed wat ze moest antwoorden.
Heel bedachtzaam probeerde ze het meest tactische antwoord te geven. En
uiteindelijk hadden we een acceptabel lijstje.
De volgende
dag werden de uitnodigingen uitgedeeld. "Mag ik ook komen Lieke",
vroeg een jochie. "Nee", antwoordde Lieke zonder blikken of
blozen. Niet lettend op de teleurstelling in zijn ogen. Maar zo ging het
vroeger ook. De ene keer lag je eruit en de volgende keer mocht je wel
weer meedoen. Soms probeerde ik het met geweld af te dwingen, maar dat
bleek niet goed te werken (gelukkig maar). Enkele feestjes kan ik me nog
herinneren. Zo was er eentje waarbij ik werd geblinddoekt en allerlei
dingen moest proeven. Stiekem keek ik onder de doek door. Opeens zag ik
een schoteltje met ijs dat ik niet voorzichtig met een vinger proefde,
maar met mijn hele hand wilde pakken. De blinddoek werd afgedaan en het
bleek een methode te zijn om iedereen een ijsje te geven.
Was het een
leuk feestje? Ik weet het niet meer. Lekker was het wel, vooral ook terug
op de fiets met een zak vol snoepjes. Bijna thuis gekomen, reed ik tegen
een boom. Ik was namelijk met mijn ogen dicht aan het fietsen en vond
het zo goed gaan dat ik steeds langer mijn ogen dicht hield. Toen kwam
die klap. Mijn voorwiel in elkaar, daar kon ik niet omheen. Ik moest het
vertellen aan mijn ouders. Zij waren niet blij. Ik heb nooit meer met
ogen dicht gefietst. Wel met losse handen of zoals Lieke altijd zegt:
"Die fietst met zonder handen". Lieke heeft nu ook een echte
fiets gekregen. Zij mag niet alleen naar het eerste kinderfeestje. Wie
weet wat voor kunsjes zij allemaal bedenkt.
|