Hoe pakt u dat nou aan, zo’n feest met allemaal ukkies? Gebruik de VanHarte PeuterFeestPlanner  als leidraad voor uw eigen peuterfeestje. Dit schema is zowel voor feestjes binnen als buiten te gebruiken.

 

Heeft u een thema bedacht voor het feestje, dan past u de verschillende onderdelen heel eenvoudig aan. ‘Jan Huijgen in de ton’ wordt ‘Er zat een beertje in de ton’ op een berenfeest. Verstopte buffels zoeken (verstoppertje) is iets waar indiaantjes heel goed in zijn. En bij een sprookjesfeest kan iedereen zijn of haar favoriete sprookjesfiguur uibeelden, schilderen of in elkaar kleien. Pas het poppenkastspel en voorleesverhaal ook nog aan en u hebt een compleet themafeest voor ukkies!

De VanHarte PeuterFeestPlanner

 

10.00 uur: Binnenkomst grote en kleine gasten

Zet voor de ouders koffie en thee klaar, bekers en mokken, suiker en melk en iets lekkers. Zelfbediening is prettig. Laat de kleintjes even rondkijken, leg een stapel Duplo klaar; dat vinden ze bijna allemaal leuk. Even wachten met consumpties. Je kan al beginnen met verkleden en schminken. Laat een ander de deur open doen voor de volgende gasten (dan kunt u ook een oogje houden op de koffie!).

 

 

10.15 uur: Verkleden en schminken

 Iedereen aanwezig? Het verkleden en schminken is in volle gang. Grote kans dat niet alle ukkies geschminkt of verkleed willen worden. Laat dat zo of biedt een klein zonnetje aan op de wang als schminktekening. Je kan de ouder ook schminken als de uk niet wil.

 

 

10.30 uur: Taart en limonade

Geef de kleintjes drinken met een rietje. Geef niet teveel om uit te kiezen, kleintjes hebben daar vaak moeite mee. Laat ze een plakje cake versieren met een paar vlokken, rozijntjes en mandarijntjes. Zet wat soepstengels in een (versierde) beker voor de echte kleintjes. Zet een kaarsje in het cakeje van de jarige en zing met zijn allen.

 

 

10.45 uur: Cadeautjes uitpakken

Hou de kleintjes aan tafel of zet ze op de grond in een kringetje. Zing ‘drie maal drie is negen’ met in plaats van ‘ieder zingt een eigen lied’ ‘ieder geeft een klein cadeau’ en in plaats van ‘Mariet die zingt een lied’ zing je ‘Mariet geeft een cadeau’. Op deze manier kunnen alle kinderen een cadeau aanbieden en heeft iedereen ook aandacht voor het cadeau (leuk voor de gever). Laat de kinderen opnoemen wat je met het cadeau kan doen.

 

 

11.00 uur: Doe een actief spel

Zing en dans ‘Jan Huijgen in de ton’, of ‘we maken een kringetje’ of andere liedjes. Maak muziek met zijn allen, laat de kinderen een liedje bedenken. Gaan de kinderen liever buiten schommelen, laat ze hun gang gaan. Laat een kind tien tellen schommelen (langzaam tellen) dan is de volgende liefhebber aan de beurt. Als actief spel is verstoppertje ook altijd leuk. Doe vooral mee, dat vinden de kinderen leuk. Je kan ook gewoon op de bank gaan zitten met de handen voor je ogen dan zijn de kinderen toch verheugd dat ze je hebben ‘gevonden’. Zo kunnen zelfs wat minder goed ter been zijnde familieleden meespelen. 

 

 

11.15 uur: Doe een rustig spel

Lees een leuk verhaal, vooral iets wat je eigen kind leuk vindt. Of doe iets met een poppenkast. Probeer een verhaaltje voor te bereiden anders kom je niet ver.

 

 

11.30 uur: Doe een creatief spel

Alle kinderen moeten tegelijk iets kunnen doen als ze willen. Dus zorg voor kleurmateriaal, klei, grote kralen, verf of andere dingen zoals Duplo. Veel kinderen houden van verven, vooral met de handen. Zorg voor oude volwassen T-shirts als verfschort of laat iedereen iets meebrengen ter bescherming van de kleren. Als de tekeningen klaar zijn, is het feestje afgelopen.