In Zweden is Pasen omgeven door bijgeloof. Heksen vliegen er rond en hebben het gemunt op jongemannen. Lees hier alles over de tradities en gebruiken die bij het Zweedse Paasfeest horen.

 

In Zweden heerste lang het bijgeloof dat de toverkracht van heksen rond Pasen op zijn sterkst is en dat ze dan ook extra actief zijn. Op Witte Donderdag vliegen ze op hun bezems naar een bijeenkomst met de duivel op een plaats die ‘blåkulla’ wordt genoemd, om pas de zaterdag erna weer terug te keren. Om te kunnen vliegen smeerden de Paasheksen bezems (of andere voorwerpen) in met een geheim mengseltje. Ze verzamelden zich in een kerktoren in de buurt om de lange weg gezamenlijk voort te zetten. In deze kerktoren schraapten ze gelijk wat ijzer van de kerkklokken voor het geheime ‘vliegmengsel’. Begrijpelijkerwijs is het in Zweden een bewijs van grote moed of domheid om de nacht van Witte Donderdag in een kerktoren door te brengen. In Zweden doen vele verhalen de ronde over jongemannen die dit toch waagden, vaak met de meest vreselijke gevolgen.

 

Paasheksen

Het aansteken van de haard op Paasmorgen was ook omgeven met bijgeloof. Degene die op Paasochtend als eerste zijn haard aan had, zou één van de Paasheksen zijn. Daarnaast konden heksen bij terugkomst van Blåkulla klem komen te zitten in schoorstenen. Om er zeker van te zijn dat de schoorsteen ‘veilig’ was, moesten eerst negen verschillende soorten takken worden verbrand. U kunt zich voorstellen dat de schoorstenen op Paasmorgen pas laat rookten.

 

Als bescherming tegen de rondwarende slechte krachten in deze periode werden vreugdevuren gebouwd, werd er in de lucht geschoten met geweren en werden heilige symbolen, zoals kruisen en sterren, op de deuren geschilderd. Men begroef psalmboeken in de tuin en hing zeisen en bijlen kruislings boven het vee. In het moderne Zweden is het stoken van het grootste vreugdevuur nog steeds een nationale sport. De vuurwapens zijn vervangen door vuurwerk.

 

Dymmelsonsdagen

De woensdag voor Pasen heet in Zweden Dymmelsonsdagen, en heeft iets weg van ons 1 april-gebruik. Op deze dag is het de bedoeling bij iemand iets geks op zijn rug te hangen zonder dat hij dit merkt.

 

Witte Donderdag

Op Witte Donderdag of op Paasavond verkleedden Zweedse jongens en meisjes zich als heksen en bezochten ze de buren. Soms lieten ze hierbij een versierd kaartje (een Paaskaart) achter, in de hoop in ruil hiervoor iets lekkers of geld te krijgen. In West-Zweden worden rond deze tijd veel anonieme Paaskaarten bezorgd.

 

Goede Vrijdag

Op Goede Vrijdag bezochten de jongemannen alle boerderijen in de omtrek en sloegen meisjes met berkentwijgen tot ze iets alcoholisch te drinken kregen. Op Paaszondag was het de beurt aan de meisjes om hetzelfde bij de jongemannen te doen.

 

bron: Lulea university, Sweden