November is de opa-maand. Beide opa’s zijn jarig precies 1 week na elkaar. Twee weekenden pakken we dus de auto om met de hele familie naar opa en oma te gaan voor een logeerpartij. Eerst een weekend bij mijn ouders, daarna een weekend bij de ouders van Jan.

 

Veel hebben we meestal niet nodig. De opa’s en oma’s hebben voldoende bedden, beddengoed, speelgoed en andere benodigdheden ondanks de uitbreidingen in ons gezin. De kinderen genieten ervan. Bij de ene opa en oma van de leuke speeltuin in de buurt, de ruimte in en om huis en van het gigantisch grote bad. Opa en oma genieten mee. Van het speelplezier, het gespetter en de babbels. Bij de andere opa en oma komen alle neefjes en nichtjes. Dat zijn er aardig wat, in leeftijd variërend tussen de 1 en de 12 jaar. Het is lekker druk en chaotisch. Een ieder kan naar hartelust meedoen met de kinderen, lekker bijkletsen met de groten, rustig achterover zitten om het geheel te bekijken of de handen uit de mouwen steken.

 

De eerste 20 jaar in mijn leven kreeg ik op verjaardagen te horen ‘wat wordt je groot’ en een heel aantal daaropvolgende jaren ‘wat zie je er goed uit, je bent afgevallen’ terwijl ik al jaren op hetzelfde gewicht zit. Dat is veranderd. Sinds de komst van de kinderen krijg ik andere dingen te horen, zoals ‘wat worden ze al groot’ en ‘wat gaat de tijd toch hard’. Tegenwoordig beaam ik het. Ik doe gewoon mee met de cliché. Maar zeg nou zelf, het gaat toch ook snel. Door de snelle veranderingen van je kinderen wordt het ouderwordingsproces van jezelf weer benadrukt.

 

Zo voel ik me inmiddels ook 40 sinds Jan dat is geworden. Toch is dat bij mij over 4 jaar pas het geval. Maar als ik naar de huisarts ga met een klacht, overigens gebeurt dat gelukkig zelden, wordt die toegeschreven aan mijn gestaag vorderende leeftijd. Bij een oogmeting, ik heb al jaren slechte ogen, wordt mijn leeftijd als oorzaak genoemd en de tandarts verzucht dat mijn gebit weliswaar goed is maar dat door mijn toenemende leeftijd toch een verslechtering te bespeuren valt. Maar niemand die het biologische proces zo goed in de smiezen heeft als de kapster. Zij adviseerde jaren gelden al om eens te denken aan een verfbeurt.

 

Ondanks dit alles horen we volgens de babyconsumptiemarkt bij de groep van jonge ouders. Op het schoolplein zie ik gelukkig veel andere onuitgeslapen en met wallen onder de ogen jonge ouders. Maar soms wordt je er wel moe van. Of zou dat te maken hebben met de leeftijd? Maar hoe zouden de opa’s dat dan ervaren? Door de ene helft van de maatschappij bestempelt als vitale senior en door de andere helft als zijnde rijp voor het wassenbeeldenmuseum zonder voorbehandeling? Laatst werd een buurvrouw 95 jaar. Een bezoekster stelde zich aan mij voor en verzuchte ‘oh, wat een jonge buurvrouw nog’. Heerlijk toch, dat relativerende. Ik hoop dat de buurvrouw 120 wordt dan blijf ik tot mijn 65ste jong. Daarna zien we wel verder.

 

Monique