Kwanzaa vindt zijn oorsprong in Afrika. Het is van oorsprong bedoeld om dankbaarheid te tonen voor de eerste oogsten. Vier elementen spelen een grote rol bij Kwanzaa: eenheid, bewustzijn van voorvaderen en erfgoed, herbevestigen van traditionele waarden en eren van de schepper en de schepping.

 

In 1966 ontwikkelde Dr. Maulana Karenga op basis van het traditionele feest het moderne Kwanzaa. Hij deed dit omdat hij vond dat zwarte Amerikanen een eigen feestdag nodig hadden om hun erfgoed te eren en een culturele eenheid te vormen. Kwanzaa vormde een onderdeel van een nieuw geloof. Het geloof sloeg niet aan, de feestdag wel. Het is dan ook geen religieus of politiek feest, en zeker geen vervanging van Kerstmis. Het is eerder te vergelijken met het Amerikaans Thanksgiving.   

 

De principes

Kwanzaa betekent ‘de eerste oogst’ in het Swahili, de taal van verschillende stammen en landen in Afrika. Het feest wordt van 26 december tot 1 januari gevierd. Elk van deze zeven dagen is gewijd aan één van de zeven principes (‘nguzo saba’) van Kwanzaa. Elke avond wordt een kaars in een ‘ kinara’ (een soort kandelaar) aangestoken als symbool van het principe van die dag. Ook wordt er over het principe gesproken:

 

  • Dag 1: de middelste zwarte kaars (Eenheid)
  • Dag 2: de binnenste rode kaars (Zelfbeschikking)
  • Dag 3: de binnenste groene kaars (Samenwerking en Verantwoordelijkheid)
  • Dag 4: de middelste rode kaars (Elkaar steunen)
  • Dag 5: de middelste groene kaars (Doel)
  • Dag 6: de buitenste rode kaars (Creativiteit)
  • Dag 7: de buitenste groene kaars (Geloof in onszelf en in de wereld)
  •  

    De symbolen

    Naast de symbolische kandelaar en de kaarsen, zijn er nog vijf andere symbolen die onlosmakelijk zijn verbonden met Kwanzaa:

     

  • Fruit en groente (‘mzao’) staan symbool voor de ‘roots’ die Afro-Amerikanen hebben in de landbouw en de beloning voor samenwerking.
  • Voor elk kind een maïsblad (‘muhindi’) als symbool voor kinderen en hoop voor de toekomst.
  • De eenheidsbeker (‘kkimbe cha umoja’), bij voorkeur met vruchtensap gevuld, voor plengoffers aan de voorvaderen.
  • De cadeaus (‘zawadi’) als symbool voor de toewijding van ouders aan hun kinderen.
  • Een stromatje (‘mkeka’) waarop de maïs, de kandelaar, een fruitmand en de eenheidsbeker staan. Het matje is het symbool voor de basis van ware kennis.
  •  

     

    Het feest

    Op de zesde dag wordt een groot feest gevierd: ‘karamu’. Het is een vrolijk feest met muziek, eten, verhalen, zang en dans. Tijdens dit feest drinkt iedereen uit de beker der eenheid en is er volop eten aanwezig. Voor en tijdens het feest wordt er een onderhoudend en informatief programma doorlopen. De zevende dag is gereserveerd voor het eren van de tradities en het herbevestigen van de eigenwaarde door het geven van cadeaus. Meestal zijn het zelfgemaakte presentjes, omdat ook ‘creativiteit’ één van de principes is van Kwanzaa.

     

    De vlag

    De vlag (‘Bendera ya taifa’) van Kwanzaa heeft drie symbolische kleuren: rood voor het bloed van het Afrikaanse volk, zwart voor het gezicht van het Afrikaanse volk en groen voor het vruchtbare land en de hoop op nieuw leven. Dit zijn ook de kleuren die worden gebruikt bij het versieren van het huis (en/of de andere lokatie waar het feest wordt gevierd).