Tijdens Chanuka
wordt een chanukia (9-armige kandelaar) op tafel gezet. Hierin staat voor
elke dag een kaars en een negende, de middelste (sjamasj), om de anderen
aan te steken. Elke dag wordt er zodra het donker wordt één
kaars meer aangestoken (meestal door de jongste van het gezin). De nieuwe
kaars wordt hierbij als eerste aangestoken.
Een wonder
Deze traditie
is een directe verwijzing naar de inwijding van de heilige tempel. Volgens
Rabbi Sjammai realiseerden de mensen zich dat er een wonder was gebeurd
toen de olie langer dan 1 dag bleef branden. De dagen erna vond men dit
steeds gewoner. Volgens rabbi Hillel dacht men in eerste instantie dat
er meer olie was dan men had gedacht. Pas later realiseerde men zich dat
er een wonder was gebeurd. Omdat Hillel gelijk kreeg, worden er elke dag
van Chanuka meer lichtjes aangestoken. Had Sjammai gelijk gekregen dan
was er elke dag een lichtje gedoofd.
Als de kaarsen
branden, wordt er zo weinig mogelijk gewerkt. Men zingt liedjes en doet
spelletjes. Het traditionele spel is Dreidl (een houten tol met Hebreeuwse
letters erop, die samen de zin 'Hier gebeurde een groot wonder' vormen).
De inzet bij dit spel is chocoladegeld. Tegenwoordig worden ook andere
spelletjes gespeeld, zoals kaarten en bingo. Bij Chanuka horen gerechten
die zijn gemaakt met olie. Voorbeelden zijn 'latkes' (gefrituurde aardappelpannenkoeken)
en 'soevganiot' (gevulde oliebollen).
|