Regelmatig sturen VanHarte-bezoekers ons hun leukste spelletjes-tips. Al deze ideeën uit de praktijk, verzamelen wij op deze pagina’s. 

 

Memoryspel


Marion: “Je speelt dit spel met zelf verzamelde “toverdrankspullen” uit de natuur onder plastic bekertjes:

 

  • 2 dovenetelblaadjes
  • 2 stenen
  • 2 kleine takjes
  • 2 wormen / 2 slakken (huisjes)
  • 2 bloemen
  • 2 konijnenkeuteltjes enz.enz.
  •  

    Je zult verwonderd zijn als je ziet wat kinderen allemaal vinden. De rest spreekt voor zich. Dit spel speelden wij altijd op kinderverjaardagen, maar dan met allerlei verschillende soorten snoep.”

     

    Zeskamp 

     

    Marcol: “Ik maak al vele verjaardagen een soort zeskamp in de tuin. Het gaat eerlijk en iedereen moet punten verdienen. Maak een lijst met alle namen en het aantal spelletjes, bijvoorbeeld:

     

  • Ballon prikken aan de droogmolen: verberg in iedere ballon een cijfer van één tot en met (het aantal verjaardagskindjes). Het cijfer dat het kindje trekt, vul dat in op je lijst.
  • Vissen: maak houten blokjes met een kram erin. Zet aan de onderkant een cijfer. Maak van een bamboe stokje en een touwtje een hengel met een haak eraan. Laat de kinderen 2x vissen en schrijf het eindtotaal op.
  • Als laatste spel doe ik altijd een Reuze Ganzenbord door de tuin. Wie het eerst aan het eind is, krijgt de meeste punten.
  •  

    Aan het eind van de zeskamp tel je alle punten op. Degene die de meeste punten heeft, mag als eerste een cadeautje uit de grabbelton halen.”

     

    Klapspel

    Patty: “Wij deden dit altijd in de bus als tijdverdrijf. Iedereen krijgt een nummer dat hij moet onthouden. Allemaal tegelijk beginnen met 1x klappen in de handen en dan met de handen op de bovenbenen ‘slaan’. Dan de rechterhand een liftbeweging (zoals liften om met een auto mee te kunnen rijden) maken en je eigen nummer zeggen en dan hetzelfde doen met je linkerhand en het nummer van een ander zeggen. Als iemand niet reageert op zijn eigen nummer of hij maakt een fout dan moet hij achteraan sluiten, dus iedereen krijgt dan een nieuw nummer. Bv. nr 1 zegt: 1,3 dan moet nr 3: 3,10 zeggen en dan nr 10: 10,2 enz. Ik heb dit spel altijd erg leuk gevonden.” 


    Contact

    Karin: “De kinderen moeten in een kring gaan staan en elkaars handen vasthouden (kan ook zittend). Eentje mag er in het midden. Een van de kinderen in de kring mag beginnen en zeggen met wie hij ‘contact’ gaat leggen. Hij/of zij doet dat door een kneepje te geven in de hand van iemand naast hem, links of rechts, deze moet dit kneepje weer doorgeven tot het bij het gekozen kind is. Het kind in het midden moet het kneepje trachten te zien en aan te wijzen. Degene die dit laatste kneepje gaf, moet dan in het midden. Zodra het kneepje is gearriveerd bij de bestemming, zegt de ontvanger “contact” en is het spel afgelopen. Het kind dat contact heeft gekregen, mag dan een ander kind uitzoeken om contact mee te leggen. Zorgt voor veel hilariteit, in mijn jeugd althans :-).”

     

    Geheugenspel

    Esmeralda: “Een geheugenspel is leuk en leerzaam: leg diverse dingen (pen,plakband,snoepje,lepel etc.) op tafel met een doek erover. Laat nu de kinderen goed kijken en onthouden wat er ligt! Dan gaat 1 van de kids weg en mogen de anderen 1 ding weghalen. Nu komt het andere kind terug en moet raden wat er weg is. Hoe ouder de kinderen hoe meer dingen men kan neerleggen. En gaat het spel erg goed, dan kunnen er ook 2 dingen worden weggenomen enz. PS: ik ben blij dat er meer ouders zijn die gewoon ouderwets een thuisfeest geven. Tegenwoordig moet je weg en het liefst zo duur mogelijk!”

     

    Het grote advertentiespel

    Liesbeth: “Dit is een aanrader als je feestje in de soep dreigt te vallen door regen (eigen ervaring). Het is te redden met het grote advertentiespel. Dit leuke spel kan op twee manieren worden gespeeld:

     

    1. Iedereen krijgt een papier en schrijft de eerste regel van een advertentie op. Vaak begint deze met: Te Koop. Het papier wordt omgevouwen. Is iedereen klaar, dan worden de papiertjes doorgeschoven. Het volgende kind schrijft een tweede regel op, vouwt het papier om en geeft het weer door. Zo kan je een tijdje doorgaan. Op het laatst lezen alle kinderen hun ‘advertentie’ voor. Dat wordt echt lachen en gieren van plezier.

     

    2. Voor jongere kinderen die nog niet goed kunnen schrijven, kan ook heel goed een papier in vieren worden gedeeld. In het bovenste vak tekent een kind een hoofd/kop, dit gedeelte wordt naar achteren gevouwen en een volgend kind tekent de romp, de derde de benen en de vierde de voeten. Dit kan iedereen tegelijk doen, zodat er verschillende figuren en/of beesten ontstaan.”

     

     

    Ganzenbord

    Annerie: “Maak op een lang papier (bv. rol behang) een soort ganzenbordspel. Dit spel leg je van voor tot achter in de kamer. Je hoeft niet zoveel vakjes te maken, 30 tot 35 is voldoende. Maar maak het lekker groot. De kinderen kunnen een knuffelbeestje gebruiken als pion. Bij een aantal plaatsen maak je opdrachten. De opdrachten stop je in een envelop, zodat het de eerste keer bij dat nummer een verrassing is welke opdracht ze krijgen. Voorbeelden van opdrachten: zing een liedje (bv lang zal ze leven); zeg de tafel van 7 op; geef iedereen een snoepje; feliciteer de jarige; we doen de stoelendans; snoepje hapje in waterbak; schrijf een kerstkaart voor je ouders (dit deed ik in december natuurlijk). Je kunt allerlei dingen bedenken en de spelletjes die je anders misschien ook zou doen, kunnen nu aan bod komen. Het zorgt wel voor hilariteit als er 10 x lang zal ze leve gezongen wordt! Sommige opdrachten zijn voor 1 kind, andere opdrachten voor allemaal samen.”

     

    Echt toveren

    Marleen: “Laat kinderen echte proefjes doen. Proefjes kunt u waarschijnlijk op elke hogeschool voor techniek, laboratoriumopleiding of zelfs bij een middelbare school worden geleend. Wie weet zelfs met studenten voor een demonstratie, waarvoor ze studiepunten krijgen. Ik heb via de hogeschool Drenthe proefjes geregeld. Kinderen kunnen een toverspiegel maken, verschillende vloeistoffen laten verkleuren. Zo zijn er veel meer proeven denkbaar die van de kinderen echte tovenaars maken. Enige ervaring is wel vereist.”

     

    Mesje draaien

    Miranda: “Leg langs de rand van de tafel allerlei kleinigheidjes, zoals minireepjes, gummetjes, snoepjes. Tussen de spulletjes op de rand leg je een aantal kaartjes met simpele opdrachtjes (loop een rondje om de tafel, zing een liedje, trek een gek gezicht…). In het midden van de tafel leg je een (speelgoed)mesje. De kinderen mogen om de beurt met het mesje draaien. Het voorwerp waar het mesje naar wijst, mogen ze hebben. Dit spelletje deden wij vroeger op mijn eigen kinderfeestje en was altijd een groot succes.”

     

     

    Moordenaartje

    Henk: De kinderen vormen een kring. De spelleider laat iedereen zijn ogen dichtdoen en loopt een rondje in de kring. Ondertussen tikt hij een persoon aan. Dan mag iedereen weer kijken. Er wordt een detective uitgekozen die in het midden van de kring gaat zitten. De ‘moordenaar’schakelt de leden van de kring uit door naar ze te knipogen of door z’n tong uit te steken. Kinderen die een knipoog krijgen of een uitgestoken tong laten zich op de grond zakken. Zij behoren dan duidelijk niet meer tot de ‘levenden’. De detective moet proberen de ‘moordenaar’ op heterdaad te betrappen. Lukt dit voor iedereen is uitgeschakeld dan wint de detective, anders de ‘moordenaar’.

     

    Mevrouw Ribbel


    Annemiek: ” Wat heb je allemaal nodig bij dit spel?

     

  • een kwastje en verf of…..
  • een stift
  • een blaadje met het versje erop, zodat jij als spelleider af en toe kunt spieken.”
  •  

    Ga met de kinderen in een kring zitten en geef iedereen een nummer. Studeer daarna samen het volgende versje in: ‘Ik ben mevrouw Ribbel nummer (het kind dat aan de beurt is, noemt hier zijn/ eigen nummer), met (het aantal stippen dat het kind op zijn/haar gezicht heeft) stippels, en ik vraag hoeveel stippels heeft mevrouw Ribbel nummer (het kind dat aan de beurt was noemt het nummer van een ander kind).

     

    Het lijkt makkelijker dan het is om dat versje goed, dus zonder fouten op te zeggen. Nummer 1 begint met het versje op te zeggen. Gaat het fout dan krijgt hij/zij met verf een stip op zijn of haar gezicht. Gaat het wel goed, dan mag hij een ander nummer noemen en krijgt hij/zij geen stip op zijn/haar gezicht.

     

    Wie lukt het om zo min mogelijk stippels te krijgen???”

     

    Waarzegster

    Marjan: “Ten eerste complimenten voor de site! Ik ben hoofd van een buitenschoolse opvang in Almelo. Om het in de vakantie extra gezellig te maken, organiseren wij vaak themaweken. Gemiddeld komen er tussen de 25 en 40 kinderen, dus een flinke organisatie! Wat bij ons goed in de smaak viel, was dat een van de leidsters zich had verkleed (en geschminkt, goed) als waarzegster. We hadden een ruimte helemaal donker gemaakt, kaarsjes erin gezet en wierrook aangestoken. Een glazen bol klaargezet en spannende muziek op…

    De waarzegster kon erg goed acteren en had, met een Duits accent, over elk kind wel iets te melden. De kleinere kinderen (tot een jaar of 7) weten tot op de dag van vandaag nog steeds niet wie de waarzegster was.”

     

     

    Pandverbeuren

    Natascha: “De kinderen zitten in de kring en in het midden ligt een grote doek (bv een theedoek). Elk kind legt iets van zichzelf (iets kleins) eronder. Dan vraagt de ouder wat de opdracht is (bv 10x hinkelen). Als er afspaken zijn over de opdracht pakt de ouder iets (zonder kijken) onder de doek uit en vraagt ‘van wie is dit?’. De eigenaar van het voorwerp moet de opdracht uitvoeren om zijn voorwerp terug te krijgen.”