Regelmatig sturen VanHarte-bezoekers ons hun leukste spelletjes-tips. Al deze ideeën uit de praktijk, verzamelen wij op deze pagina’s. 

 

Toren bouwen

Yvonne : “Een leuk binnenspelletje voor diverse leeftijden. Benodigdheden: veel plastic bekertjes en bierviltjes. Geef ieder kind of groepje kinderen een stapel bierviltjes en bekertjes. De bedoeling is dat ze een zo hoog mogelijke stapel bekertjes (op z’n kop) en bierviltjes maken. Natuurlijk beginnen met 1 bekertje en niet een groepje van 3 bekertjes of zo! De kinderen vinden het prachtig, het is spannend, snel, het geeft geen troep en ze kunnen vaak niet meer ophouden. Na afloop worden er soms nog hele bouwwerken van gemaakt of tijdens een ‘leeg’ moment (net voor het eten) vragen ze of ze nog even met de bekertjes mogen.”

 

 

Eierlopen

Mark: Eierlopen doet het ook altijd goed. Maak twee teams. Ieder een lepel in de mond met een ei erop (voor kleine kinderen een nepei). Zet een parcours uit en maak er een wedstrijdje van.

 

Ratrace

Fieneke : “Neem twee plastic ratten, knoop aan de staart een lang touw {zwart katoen}. Het eind van het touw bind je vast aan een lege keukenrol. Twee kinderen gaan op hun knieën zitten en moeten na het startschot zo snel mogelijk het touw oprollen. Wie heeft als eerste zijn rat op schoot?”

 

Laarzenrace

Ilona : “Een leuk spelletje om te doen met de kinderen is laarzenrace.
Je hebt nodig: 8 laarzen, 2 stoelen, 1 touw. Je legt het touw in het midden. Aan de ene kant liggen vier laarzen en aan de andere kant ook. Je zet de twee stoelen vijf stappen van het touw af (de ene stoel aan de rechterkant, de andere aan de linkerkant). Nu moeten de twee kinderen zo snel mogelijk de vier laarzen aantrekken aan de poten van hun stoel. Wie het snelst is, heeft gewonnen!”

 

 

Wc-papier wikkelen

Margriet: “Een spelletje dat bij ons al jaren populair is, is een wedstrijdje wc-papier wikkelen. Maak groepjes van twee kinderen. Van elk groepje krijgt één van de twee een rol wc-papier. Na het startsein moet dit kind de ander van top tot teen inwikkelen. Degene die wordt ingewikkeld moet als een standbeeld stil proberen te staan. Degene die zijn ‘standbeeld’ het eerst helemaal heeft ingewikkeld, heeft gewonnen. Natuurlijk wil elk kind zo snel mogelijk inwikkelen, maar als je te snel rondloopt wordt je duizelig of breekt je wc-papier (vooral bij goedkoop wc-papier) en valt het vanzelf weer naar beneden. Je moet dus je snelheid doseren, en dat is een hele kunst! De ‘ingewikkelde’ mag zich, als het klaar is, lekker losbreken. De rollen worden dan omgedraaid.”

 

De leeuwenbek

Bianca: “Maak van een grote kartonnen doos een enorme leeuwenkop. Versier de kop met karton en wol en maaker een grote open bek met ‘scherpe’ tanden in. De onderkant van de doos blijft open. De kinderen kunnen van een afstand zachte ballen in de openstaande bek gooien.”

 

Wasknijperspel

Annemiek: “De kinderen worden in 2 groepjes verdeeld. Iedereen krijgt een wasknijper, en doet hem in zijn mond. Iedere groepje krijgt een bierviltje. De eerste van het groepje doet het bierviltje tussen de wasknijper die in zijn mond zit. De handen moeten op de rug. Zo moet het viltje worden doorgegeven. Het is een soort estafette, dus u kunt de kinderen het beste in een rij zetten.”

 

 

Blaasvoetbal

Astrid: “Ouderwets, maar nog steeds een groot succes bij binnenfeestjes, is het blaasvoetballen (ook bij mijn 2 meiden van inmiddels 9 en 6). Je legt in het midden van de tafel een wattenbolletje en de kinderen krijgen allemaal een rietje en moeten om de tafel heen gaan zitten. En nu scoren maar. Wie de ‘bal’ 3 keer door heeft gelaten is af.”

 

Schietoefeningen

Hannah: “Dit kan alleen buiten en met grotere kinderen. Zorg ook voor voldoende volwassen begeleiding en maak vooraf duidelijke afspraken. Neem een campingpitje en een grote pan. Doe hier wat olie in en laat het even verwarmen. Gooi er dan maïskorrels in. Doe geen deksel op de pan. Zorg dat de kinderen niet te dicht bij de pan kunnen komen, ook niet in hun enthousiasme! Spreek bijvoorbeeld af dat niemand mag gaan staan. De kinderen zitten op een afstand rondom de pan en hebben allemaal een puntzak. Wie de meeste popcorn in zijn puntzak heeft opgevangen, is de winnaar. Wij hebben dit op het soldatenfeestje van mijn zoon gedaan met als thema schietoefeningen. Het knalt geweldig.”

 

Moeras oversteken

Robert: “Kan binnen met kranten, maar bij voorkeur buiten met plankjes. Je hebt zoveel plankjes nodig als kinderen en 1 extra. Opdracht: steek een denkbeeldig moeras over door allemaal achter elkaar op een plankje te gaan staan. Het extra plankje wordt voor het eerste kind neergelegd. Dan stappen ze allemaal één plankje verder. Het achterste kind geeft het (nu lege) plankje achter hem door naar voren et cetera. Doe dat in twee teams met een eindstreep. Het team dat het eerst bij de eindstreep is, heeft gewonnen.”

 

 

Noten schieten

Mariëtte: “Op het Groningse platteland werd/wordt één van de Paasdagen vooral door de oudere mannen van het ‘dorp’/gehucht noten geschoten. Hoe speel je dit spel?
Je legt 20 walnoten op een rechte rij achter elkaar. De deelnemers staan achter een lijn en proberen de achterste noot met een ijzeren kogel/grote knikker van de plaats te rollen. Lukt dit, dan krijgt hij de noot. Worden bijvoorbeeld de laatste drie noten en de achterste noot van de plaats gerold dan mag de gooier alle vier noten hebben. De volgende probeert weer tenminste de laatste noot weg te rollen, enz.

 

Degene die de meeste noten heeft (als ze alle 20 zijn weggerold) is de winnaar. De winnaar gaat de halve finale spelen. Ze gooien op 10 noten en de winnaar krijgt aan het eind van het spel 2 noten van de verliezer. Het eerste spel is ten einde. Zo speel je een aantal spelletjes. Wie aan het eind van bijvoorbeeld 10 spellen de meeste noten heeft, is de winnaar!

 

Ik weet niet of dit de authentieke spelregels zijn, maar zo spelen wij het. Leuk om te doen met de kinderen tijdens een regenachtige zondagmiddag. Zelfs op een wat grotere slaapkamer goed te doen.”

 

Verkleedzakdoorgeefspel

Astrid: “Een leuk kringspel waarbij altijd veel wordt gelachen, is het verkleedzakdoorgeefspel. Vul een (jute) zak met gekke kleren (lange onderbroeken, bh, jurk, overall en groot zwempak doen het goed). Zet muziek aan en laat de zak doorgeven. Wanneer de muziek stopt, moet het kind dat de zak op dat moment in handen heeft, er zonder te kijken iets uithalen en dat aantrekken! Doorgaan tot iedereen iets aanheeft. Dan even lekker laten dansen op de muziek.”

 

Warrige draden

Ingeborg: “Aan het eind van een kinderfeestje krijgen kinderen vaak nog een kleinigheidje mee voor thuis. Toen ik klein was, maakten we daar een spelletje van. Ieder kind krijgt een klein ingepakt cadeautje, een bol wol en een papiertje met de naam van een van de andere kinderen. Iedereen begint in dezelfde kamer. Aan het ene uiteinde van de bol wol komt het papiertje met de naam. Vervolgens gaan de kinderen hun bollen afrollen. Het liefst door het hele huis natuurlijk. En proberen het daarbij zo moeilijk mogelijk te maken voor degene die de bol straks weer op moet rollen. Tien keer om de tafelpoot heen, om de leuning van de krap, door het sleutelgat, trap op, trap af…

 

Aan het eind van de rol wordt het cadeautje vastgemaakt, en keert iedereen naar de woonkamer terug. Erg leuk, want overal wordt de weg door de warrige draden versperd. Als iedereen klaar is, is het zoeken naar het kaartje met de eigen naam erop. De bedoeling is dat de wol weer wordt opgerold om zo het cadeautje te vinden. Dit is niet zo makkelijk als het lijkt. Het kind dat de bol heeft afgerold, kon op het laatst makkelijk door het sleutelgat met de wol. Het kind dat de bol op moet winden, heeft nu zo’n grote bol dat hij er niet doorheen past. Eerst weer afrollen dus, door het sleutelgat halen en vervolgens weer oprollen.”